TE HUUR: Trullo Tarturiello

Dit is een grote trullo met 6 slaapplaatsen.
Geheel vrij gelegen en net als de andere trullo omgeven door natuurschoon. Hij ligt niet aan de openbare weg en biedt daardoor nog meer rust en vrijheid. Hij staat te midden van 8000 m2 terrein met olijfbomen, fruitbomen en andere prachtige bomen en struiken. Aan het eind van het terrein begint het bos waar je eindeloos kunt wandelen. Ook is er op 100 meter afstand een fietspad van 40 km lang waarop je ongestoord door auto’s door de heuvels kunt peddelen. Eventueel fietsen beschikbaar. Aan de horizon uitzicht op het witte stadje Cisternino.
Indeling: Grote zitkamer met twee alkoven, elk daarvan ingericht als slaapplaats, naar believen met een één- of tweepersoonsbed.
Keuken met vijf pits gasfornuis, veel opbergruimte, pannen etc. aanwezig. Ijskast. Zitkamer met openslaande deuren die uitzicht geven op de 8000 m2 tuin bij het huis. Badkamer met boiler, wc, wastafel en douche. Grote slaapkamer met uitzicht op de bosrand.

Prijzen: In de maanden mei, juni en oktober: 500 euro per week en 1600 per maand.

In de maanden juli, augustus en september: 600 euro per week en 2000 euro per maand.

Bekijk alle foto’s van Trullo Tarturiello hier

“Dat meer bestond vroeger niet”

zegt hij. “ Daar lagen vroeger de meest vruchtbare gronden van de streek. Nu is het het op één na grootste kunstmatige meer van Europa  Het is fijn dat de watervoorziening van Puglia is geregeld, maar hoeveel boeren zijn er niet voor onteigend! De bevolking van dit gebied is gehalveerd, de rest is weggetrokken”.  Hij wil ons meteen al zijn veertig paarden, honderd koeien, tachtig schapen en zestig geiten  laten zien maar we zijn een beetje gammel van de reis dus hij brengt ons naar een houten huisje waar een bed voor ons is opgemaakt. Simpel maar geriefelijk. We komen even op adem en gaan dan een biertje drinken in de bar. Een vreemde mix van een Italiaanse voorraadkelder en een Amerikaanse saloon. Rustieke muren van ronde stenen in cement. Grote hammen, gerookte stukken spek en salami’s hangen aan het plafond.  In een belendend kamertje liggen in houten rekken ook nog eens honderden kazen en kaasjes opgestapeld. Aan de muur behalve hoofdstellen, bitten en rijzwepen een groot portret van John Wayne met cowboyhoed. Een roodgelakte bar met een bierpomp. Wat later op de avond gaan we eten. In de eetzaal waar alles van detzelfde rustieke stenen is behalve de lange houten tafels  krijgen we een bord vol antipasti: rauwe ham, salami, andere vleeswaren en een omeletje met wilde asperges. Zacht als boter en met een fantastische smaak.  We bekijken een film over de transumanza en ik begin iets van Bonifacio’s  passie te begrijpen. De schitterende natuur, de beesten, de romantiek.  wordt vervolgd

terug

 

Als we

landinwaards rijden, richting Campobasso, verandert het landschap. De heuvels zijn verdeeld in kleurige vlakken waarin het groen van jong gras domineert. Er zijn bossen, rivieren. Veel roofvogels. Aan de horizon een eindeloze rij windmolens. Ze zijn reusachtig, waardoor het land een speelgoedachtige indruk maakt. We gaan van de weg af, richting Valfortore en komen op een klein slingerend pad wat akelig steil naar beneden loopt. En dan ligt daar plotseling een reusachtig meer tussen de bergen. We rijden er steeds dichter naar toe en net als we ervan overtuigd raken dat we totaal in de verkeerde richting rijden zien we een bordje waardoor we weten dat we op de plaats van bestemming zijn gearriveerd: de “Horse Ranch”. Het is een van die plekken waarvan je niet gelooft dat ze werkelijk bestaan. Van God en iedereen verlaten. Een complex van stenen huizen, houten barakken en met veel fantasie in elkaar getimmerde beestenverblijven tussen pijnbomen die voor schaduw zorgen. En dat alles met een magistraal uitzicht op het meer. Daar is Bonny, in eigen persoon. Een man uit één stuk. Joviaal en vriendelijk maar tegelijkertijd getergd. lees verder…

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

<—terug

Maar we moeten

er wel 250 kilometer voor reizen en dus misschien weet hij een plek waar we goedkoop kunnen overnachten? “Signora!” roept hij, bijna beledigd. “Hìèr moeten jullie slapen! Bij mij, op mijn ranch! Wij regelen alles voor jullie, eten, drank en onderdak! En we vertellen jullie alles over de transumanza!  Op de site zie ik inderdaad dat deze cowboy ook een fraai uitziende agriturismo drijft, dus ik krijg er zin in. Bovendien klinkt hij als een man die spijkers met koppen slaat.  De volgende dag vertrekken we. Eerst rijden we naar Bari en vervolgens naar Foggia, het grote handelscentrum van weleer en het eindpunt van de transumanza. Het is nu één van de treurigste steden van Zuid Italie. De omgeving is deprimerend. Het land is net zo plat en uitgestrekt als dat van de Noordoostpolder maar het is vies en uitgestorven. Huisvuil en autobanden liggen overal in grote bergen neergekwakt en tussen de ene stortplaats en de andere autosloperij proberen slonzige hoeren een grijpstuiver te verdienen. Half ingestortte schuren die alleen nog geschikt lijken om onderdak aan een paar schurftige zwerfhonden te bieden. Af en toe staan er midden op een akker een paar zwarte jongens gebukt om -tegen een ongetwijfeld schandalig hongerloon- kistjes met tomaten te vullen. Later leren we dat ook zij, samen met de honden, in die bouwvallige ruïnes moeten slapen. lees verder

<– terug

Hoewel, er is

één site op het internet die het heeft over “de ridders van de tratturo” http://www.cavalierideltratturo.it/ Er staan glossy kleurenfoto’s bij. Ze zouden gisteren gemaakt kunnen zijn. Het is de homepage van een vereniging die zich inzet voor “de herwaardering van de archeologie, het milieu, de tradities en de gastronomische kwaliteiten van de regione Molise”. Ze opereren in de buurt van Campobasso. En ze houden nog een echte transumanza! Daar wil ik meer van weten. Op de site staat een foto van il presidente van de vereniging, een man met een witte cowboyhoed op. Het is duidelijk een big shot! Hij heet Bonifacio de Iusto en heeft “Bonny” op zijn overhemd  staan. Omdat Anna de ervaring heeft dat je het beste zo hoog mogelijk kunt inzetten als je in Italie iets gedaan wilt krijgen belt ze zijn nummer en legt hem uit dat we alles over de transumanza willen weten en er een verhaal over willen schrijven lees verder…

terug

Een verdwenen verschijnsel

dus, bedenk ik me. Iets uit de oudheid. Ik blader een paar boeken door. Er bestaan nog wat zwartwit foto’s. Indrukwekkend, want je ziet de eindeloze massa beesten die als een reusachtige rivier door het landschap stroomt. Mannen met hoeden, vesten van schapenvacht, corduroy broeken en een wandelstok met een knop in de vorm van een schapenkop. Vrouwen met een hoofddoek, gehuld in povere kledij. Ze deden meestal niet mee aan de transumanza want ze moesten op de kinderen passen en het huis schoonhouden. Gedurende acht maanden per jaar waren ze van hun mannen gescheiden. Er zijn foto’s van kuddes die door herdershonden worden bewaakt. Ze hebben een brede halsband met spijkers om hun nek om ze tegen de aanval van wolven te beschermen. Vergane glorie.   lees verder…    

<- terug

De transumanza kreeg

een veel ruimere betekenis. Het was niet meer alleen een migratie op zoek naar voedsel maar een gerichte verplaatsing van alle producten die met de veehouderij te maken had en de handel daarin. Zo werd wol één van de belangrijkste bronnen van inkomsten voor Zuid Italie. Er kwamen douaneposten tussen de verschillende provincies waar iedereen die de tratturo’s wilde betreden een tol moest betalen. Grote gezelschappen, zoals legers en pelgrims maakten gebruik van de tratturi. Maar ook alleenreizende individuen moesten betalen. Alle routes van de transumanza eindigden op één plek, in de stad Foggia, in Puglia. Daar was de belangrijkste douanepost, een markt en een belastingkantoor. De stad werd een belangrijke handelsplaats voor wol, melk, kaas en vee. In 1806 verklaarde de broer van Napoleon, Jozeph Bonaparte, heerser over het koninkrijk Napels, alle rechten die de herders in de loop van de jaren hadden verworven nietig en luidde daarmee het einde in van de transumanza. lees verder

 

<- terug

Huis met twee verdiepingen te koop in Piemonte

Dit huis staat in het rustige en karakteristieke dorp Camino, in de regione Piemonte.

Het heeft twee verdiepingen en een terras wat uitkijkt over de heuvels van deze mooie streek.

De benedenverdieping bestaat uit een hal, een keuken, een woongedeelte en een badkamer. (45 m2)  De bovenverdieping heeft een ruime slaapkamer van 30 m2

Het dorpje Camino heeft slechts 800 inwoners en is daardoor een ideale, rustige vakantiebestemming. De omgeving is prachtig, glooiende heuvels met hier en daar een karakteristiek dorp. De Po stroomt op een paar kilometer afstand. Er is en groot natuurgebied met het beroemde kasteel van Camino. De stad Vercelli ligt op zo’n 25 km afstand. Het huis verkeert in redelijke staat, met een flinke opknapbeurt is er iets heel moois van te maken. Er is geen verwarming maar wel een aardgasaansluiting dus met twee goeie gaskachels stook je het snel warm. De prijs is slechts 29000 euro.

 

De tocht –te voet-

van Puglia naar Abruzzo duurde een dag of vijftien à twintig. Per dag werden ongeveer veertig kilometer afgelegd. Als gevolg van deze regelmatige, massale migratie onstonden de eerste echte wegen. Alles wat zich op deze routes bevond werd letterlijk weggegraasd. De “tratturi” (paden), werden steeds breder, soms meer dan honderd meter. Langs de routes van de transumanza ontstonden bedrijven, kerken, overnachtingsplaatsen en steden. Nu nog worden de meest interessante archeologischge vondsten langs de transumanza- route gevonden. In het begin stuitten de herders van de alles verslindende kuddes schapen, geiten en koeien op nogal wat weerstand van de boeren die ze op hun weg tegenkwamen. Die zagen hoe hun akkers werden kaalgevreten en platgetrapt en ze gingen de strijd met de herders aan. Er vielen veel slachtoffers onder beide partijen en er ontstonden ware bloedvetes, Pas toen de Romeinen in de gaten kregen dat er veel geld viel te verdienen met de handel in wol en vlees kregen de herders een zekere bescherming maar moesten ook belastingen betalen. Aan het eind van de middeleeuwen, toen Italie een koninkrijk werd, werd de transumanza aan ijzeren regels onderworpen. De tratturi, de hoofdwegen moesten overal een gelijke breedte hebben van 111 meter. De kleinere wegen, “traturielli” de helft daarvan, dus ongeveer 55 meter. En tenslotte de “bracce” , die een breedte van 25 meter hadden. De paden werden gecontroleerd door een soort bereden politie. Als een boer een boom plantte op een tratturo kreeg hij de doodstraf  lees verder

terug

Het verhaal van Paolo

over de transumanza laat me niet meer los. Hoe meer ik erover te weten kom, hoe interessanter ik het vind. Op de verschillende internetsites die er aan gewijd zijn lees ik: Het woord “transumanza” betekent (trans = over en umus= aarde). Het verschijnsel bestond in Italie al vòòr de Romeinse overheersing en het betrof inderdaad de verplaatsing van miljoenen dieren over afstanden van honderden kilometers in de regiones Puglia, Molise, Basilicata, Campania en Abruzzo. Het was niet zomaar een migratie van punt A naar B maar een regelmatige heen- en terugreis, die alles te maken  had met de wisseling van de seizoenen. Je kunt het een beetje vergelijken met de trek van vogels: in de lente, als het gras in de zuidelijke provincies begon te verdorren trokken de herders met hun dieren naar noordelijker en bergachtiger gebieden waar meer voedsel te vinden was. Als het vervolgens in de herfst te koud werd en het gras zo’n beetje overal was opgegeten begon de reis in omgekeerde richting want aan het eind van de zomer, als de hitte in het zuiden van Italie is getemperd begint er een nieuwe, groene periode die een groot deel van de winter aanhoudt. lees verder                                                      terug