Maar we moeten

er wel 250 kilometer voor reizen en dus misschien weet hij een plek waar we goedkoop kunnen overnachten? “Signora!” roept hij, bijna beledigd. “Hìèr moeten jullie slapen! Bij mij, op mijn ranch! Wij regelen alles voor jullie, eten, drank en onderdak! En we vertellen jullie alles over de transumanza!  Op de site zie ik inderdaad dat deze cowboy ook een fraai uitziende agriturismo drijft, dus ik krijg er zin in. Bovendien klinkt hij als een man die spijkers met koppen slaat.  De volgende dag vertrekken we. Eerst rijden we naar Bari en vervolgens naar Foggia, het grote handelscentrum van weleer en het eindpunt van de transumanza. Het is nu één van de treurigste steden van Zuid Italie. De omgeving is deprimerend. Het land is net zo plat en uitgestrekt als dat van de Noordoostpolder maar het is vies en uitgestorven. Huisvuil en autobanden liggen overal in grote bergen neergekwakt en tussen de ene stortplaats en de andere autosloperij proberen slonzige hoeren een grijpstuiver te verdienen. Half ingestortte schuren die alleen nog geschikt lijken om onderdak aan een paar schurftige zwerfhonden te bieden. Af en toe staan er midden op een akker een paar zwarte jongens gebukt om -tegen een ongetwijfeld schandalig hongerloon- kistjes met tomaten te vullen. Later leren we dat ook zij, samen met de honden, in die bouwvallige ruïnes moeten slapen. lees verder

<– terug

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *